Een Buurtheld uit Nieuw-West: ontmoet meneer Kaya
nieuw-west
Hasan Kaya – ook wel meneer Kaya genoemd – doet de fietsverkoop, het onderhoud, reparaties en is slotenmaker bij zijn eigen fietsenwinkel, Tegendraads. De naam zegt het al: meneer Kaya houdt ervan om de dingen nét even iets anders te doen.
Meneer Kaya heeft zijn fietsenwinkel niet voor niets Tegendraads genoemd. Hij groet mensen met ‘goedenavond’ in de ochtend, en ‘goedemorgen’ in de avond. Wie in de buurt woont van het Lambertus Zijlplein, heeft vast wel eens van hem gehoord: zijn fietsenwinkel wordt druk bezocht.

Toen hij nog in Turkije woonde, was meneer Kaya onderwijzer op een basisschool. Eenmaal in Nederland bleef hij lesgeven: hij was OALT-leerkracht, oftewel leerkracht Onderwijs Allochtone Levende Talen. Hij gaf Turks aan basisschoolleerlingen, buiten reguliere schooluren om. In 2004 werd de OALT-regeling afgeschaft, maar stilzitten kon meneer Kaya niet: na zijn carrière als onderwijzer opende hij zijn eigen pizzeria op de Spuistraat. Hij werkte er met trots en opende twee jaar later een groentenwinkel in Geuzenveld. Inmiddels is hij al vijftien jaar eigenaar van fietsenwinkel Tegendraads.
Meneer Kaya is bekend met de Buurtcampus, maar komt er niet vaak. Hij ziet wel dat de bieb veranderd is: ‘Vroeger kwamen mensen naar de bibliotheek om een boek te lezen en te internetten, maar nu heeft iedereen een mobiele telefoon.’ Hij ziet de aanwezigheid van de Buurtcampusprojecten in de buurt wél: ‘Altijd doen ze wel wat. Koffiedrinken op het plein, voetbalwedstrijden. Het is leuk voor ouderen en kinderen.’
Meneer Kaya houdt goed in de gaten wat er gebeurt op het Lambertus Zijlplein, en is ook wel eens kritisch: ‘Er gebeurt elk jaar wel iets nieuws.’ Nu ligt het plein open omdat er fonteintjes geplaatst zullen worden. ‘Wie gaat dat gebruiken?’, vraagt hij. ‘Alleen de kleintjes, toch?’ Hij heeft zelf een beter idee, zegt hij. ‘Een Japanse wc op het plein! Lekker tegendraads. En het zou een probleem oplossen, want er is een groot tekort aan toiletten, vooral op maandag, tijdens de markt.’
Meneer Kaya noemt het Lambertus Zijlplein anders dan andere pleinen. Hij ziet er veel goede dingen gebeuren. ‘Ik zie vaak een vrouw buiten koffiedrinken; soms zijn er wel twintig andere vrouwen die haar vergezellen met een kopje koffie. Dat doen ze nadat ze de kinderen naar school hebben gebracht.’ Hij houdt van zijn buurt en van het plein. ‘Ik ga met veel plezier naar mijn werk.’