Buurtcampus Oost: leermomenten die je in het klaslokaal niet hebt
oost
‘Oost voelt als een dorp in de stad’, zegt Marieke Verwaaijen, projectmanager bij Buurtcampus Oost. Veel mensen kennen elkaar, en in de bibliotheek – de OBA Linnaeus, waar de Buurtcampus is gevestigd – ziet ze vaak bekende gezichten. ‘Ik heb ook het idee dat alles hier in de buurt is, dus ik kom bijna niet meer in de rest van de stad!’ Haar collega Melanie Verhoef, eveneens projectmanager, sluit zich daarbij aan. ‘Ik werk hier negen jaar, eerst in de Indische Buurt en nu hier in de Linnaeusstraat, en ik heb zó veel mensen leren kennen. Oost is echt een gemoedelijke buurt, en het is een heel diverse plek, dat is mooi om te zien. Daarnaast is het bijna uniek hoeveel bewoners zelf initiatief nemen om de buurt ook een beetje mooier maken: er wordt met elkaar gekookt, er wordt gebreid, er wordt gesport ... er wordt een heleboel georganiseerd, het is echt een gemeenschap.’
Bieb in Bloei
De Buurtcampus Oost houdt zich bezig met twee grote uitdagingen: vitaliteit in de wijk en een duurzame wijk. Sommige vraagstukken raken aan beide uitdagingen. Marieke: “We hebben hier een stekjeskast neergezet, gemaakt door basisschoolleerlingen, en er is een geveltuin. Die onderhoudt een vaste mentor uit de buurt. Binnenkort komt onze website online, Bieb in Bloei, die de groenprojecten hier in de wijk aan elkaar verbindt.” Maar duurzaamheid is niet alleen groen: het gaat ook over sociale duurzaamheid. Elke woensdag organiseert Buurtcampus Oost bijvoorbeeld ‘Bakkie in de Bieb’, waarbij mensen een kopje koffie komen drinken en elkaar kunnen ontmoeten.
Vitaliteit
Amsterdam Oost heeft als stadsdeel andere behoeftes en uitdagingen dan Nieuw-West of Zuidoost. Om deze reden is de Buurtcampus in Oost niet zozeer gericht op jeugd of jongeren, maar vaker op ouderen: Oost vergrijst. Er wordt vanuit de OBA Linnaeus buurtrecht gewerkt. Melanie: “Ouderen blijven steeds langer zelfstandig in hun eigen buurt wonen en zijn afhankelijker van hun eigen netwerk. Samen met het programma ‘Vitaal Ouder Worden’ van de GGD en het Leefstijlnetwerk van Stadsdeel Oost kijken we naar de uitdagingen van ouder worden en wat studenten van verschillende HvA-opleidingen daaraan kunnen bijdragen.” Studenten Interprofessionele Zorg (IPZ) spelen bijvoorbeeld een rol bij valpreventie voor wijkbewoners op leefstijl, en studenten Fysiotherapie worden meegenomen te kijken naar bewegen en gezond ouder worden. Melanie: “‘Vitaal Ouder Worden’ gaat veel over mensen in beweging krijgen. Als je beweegt, ben je lichamelijk fitter, en mentaal doet het ook een hoop goeds met je.”
Duurzaamheid is niet alleen groen
Co-create
De Buurtcampus neemt vaak zelf initiatief, en kijkt daarnaast wat er al is in de wijk: er worden in Oost bij veel initiatieven al allerlei activiteiten georganiseerd. De Buurtcampus zoekt naar manieren waarop studenten betekenisvol kunnen zijn bij het bestaande aanbod, én hoe ze iets nieuws kunnen ontwerpen, of daaraan bij kunnen dragen. Melanie: “Drie jaar geleden begonnen we te onderzoeken hoe we ouderen op een laagdrempelige manier in beweging konden laten komen. Studenten IPZ hebben naar aanleiding daarvan een wandelgroep opgezet, die inmiddels is getransformeerd tot jeu de boulesclub. Ook bij afwezigheid van de Buurtcampus in de schoolvakanties gaan die activiteiten door: het is een sociale activiteit van bewoners zelf geworden.”
Kritische professionals
De Buurtcampus biedt, zoals dat in onderwijstermen heet, ‘een rijke leeromgeving’. Melanie: “Waar het mij om gaat, is dat we kritische professionals opleiden. Op deze manier komen studenten direct in contact met de mensen waar het om gaat. Vervolgens krijgen ze feedback van buurtbewoners en worden ze zich meer bewust van wat die bewoners nodig hebben en graag willen. Vanuit de opleiding krijgen zij iets mee, en van anderen, hier op de Buurtcampus, aan de bewoners: ‘wat vind jij hier eigenlijk van?’ Eerlijk gezegd vind ik het goed als die bewoner dan zegt, ‘nou, daar heb ik niet zoveel aan.’ Dan zie je dat die praktijkervaring soms echt onmisbaar is: het zijn precies de leermomenten die je in het klaslokaal niet hebt.”